Velen zagen in de aanstelling van de compleet onbekende Mathieu Michel (MR) als staatssecretaris voor Digitalisering vooral een dienstbewijs van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez aan de clan-Michel. Mathieu is de broer van voormalig premier Charles Michel en dus ook de zoon van voormalig minister en EU-commissaris Louis Michel. Naast zijn familienaam leek zijn enige verdienste zijn rol als Waals-Brabants provincieraadslid te zijn. Het was een van de aanstellingen die Bouchez kort na het vormen van de Vivaldi-regering binnen zijn eigen partij in een lastig parket brachten.

De weinige keren dat Mathieu Michel opviel, maakte hij geen al te goede beurt. Kort na de aanstelling van de Vivaldi-regering liet Michel zijn wagen doodleuk op straat achter bij het MR-partijbureau in Brussel. De kersverse staatssecretaris vond immers geen parkeerplaats in de buurt.

“De digitalisering van de implicatie van de burger”

Ook bij de presentatie van zijn beleidsnota vorige week donderdag viel Michel om de verkeerde redenen op. Zijn schabouwelijke poging om te antwoorden in het Nederlands ging viraal op sociale media.

“My opinion”, stak Michel van wal. “De digitalisering van de implicatie van de burger. Ik heb zo een enervering, zo een ervaring in mijn cognitie gehad. Vandaag gebruiken de burgers sociale netwerk om er politiek te spreken. Ik denk dat de sociale netwerk zijn niet gemaakt daarvoor en dus ik denk dat het interessant zou zijn een plaats waar burgers kunnen hun ervaring, ‘partager leurs expériences’, ‘donner leur opinion’, in feit, deelnemen aan de staat.”

Problematischer dan het koeterwaals van Michel, was volgens N-VA-Kamerlid Michael Freilich diens schijnbare opvatting dat sociale media niet de juiste plaats zijn om over politiek te discussiëren. “Waar is paars-groen toch mee bezig? Dit is maar een korte stap richting platform waar de overheid meekijkt en beslist welke opinies wel en niet zijn toegelaten. Dat baart me meer zorgen dan het Nederlands van de staatssecretaris”, aldus de N-VA’er.

Bij La Libre Belgique verduidelijkte Michel dat hij niet vond dat het spreken over politiek op sociale media aan banden gelegd moet worden. Waar had de staatssecretaris het dan in feite over? Concreet ging het over de plannen om een ‘dialoogplatform’ op te richten om burgers te betrekken bij de volgende staatshervorming. “Ik zeg niet dat sociale netwerken een plek zijn waar je niet over politiek kunt praten, ik zeg dat het niet de ideale plek is om over institutionele hervormingen te praten. De context van sociale netwerken laat niet noodzakelijkerwijs een rustig en beredeneerd debat toe”, zei Michel, ditmaal in het Frans.

Doventolk en ‘inclusief’ taalgebruik, maar geen Nederlands

Maar ook staatssecretaris voor Gelijke Kansen, Gender en Diversiteit Sarah Schlitz (Ecolo) maakte geen al te beste eerste beurt. Schlitz pakte uit met de bedenkelijke primeur van een beleidsnota die in het ‘inclusief Frans’ of ‘langage épicène’ werd opgesteld, taalgebruik dat ook in Frankrijk zelf nog altijd controversieel is en waartegen de “Académie française” zich hevig verzet.

“In de Romaanse talen, in het meervoud, prevaleert het mannelijke altijd boven het vrouwelijke”, zo lichtte Schlitz de praktijk toe. “Daarom wordt sinds enkele jaren steeds meer de voorkeur gegeven aan een alternatief, een manier van schrijven die het mannelijke en het vrouwelijke systematisch in overeenstemming brengt om het vrouwelijke publiek niet onzichtbaar te maken.”

Tijdens de presentatie van haar beleidsnota pakte Schlitz bovendien uit met een heuse doventolk. Inclusiever kan niet, zou men denken. Waar Michel echter nog poogde om te antwoorden in het Nederlands, sprak Schlitz tijdens haar beleidsverklaring geen woord van de grootste landstaal.

Het gebrekkige Nederlands van beide staatssecretarissen leidde niet enkel tot woede in Vlaams-nationalistische kringen, zoals te verwachten viel, maar lokte ook verontwaardiging uit bij Franstaligen. Zo haalde Franstalig opiniemaker Alain Gerlache fors uit naar de ‘Belgique à papa’-attitude van het duo Michel en Schlitz. Hij stelde in een beweging de vraag of “het geen tijd wordt om in het zuiden te erkennen dat de eertijdse Belgische aristocratie en hoge burgerij het land willens en wetens op de taalkundige en culturele negatie van Vlaanderen hebben gebouwd”.

Ook EU-commissaris van Justitie en MR-boegbeeld Didier Reynders legde de vinger op de wonde. “Het is jammer en zelfs catastrofaal dat de staatssecretarissen aan Franstalige zijde de taal van de andere gemeenschap niet spreken. Jezelf niet kunnen uitdrukken in de taal van een ander is een probleem, zeker in een regering die in Vlaanderen geen meerderheid heeft”, zei Reynders.