Voor de eerste keer sinds de tweede wereldoorlog zijn leraars ondergedoken. Toentertijd omdat ze wisten dat de Duitsers hen op het spoor waren wegens verzetsdaden; nu omdat ze lessen over vrijheid van meningsuiting geven.

Op 2 november (Allerzielen is geen feestdag in Nederland) stonden de scholen stil bij de moord op de Parijse leraar Samuel Patry. Overal leidde dat tot “lastige reacties”; een typisch Nederlands understatement voor scheldpartijen op zijn best en zware bedreigingen op zijn slechtst tegenover leraars die de moord afkeurden. In Den Bosch had de verantwoordelijke docente een hele presentatie gemaakt maar daar was ook één cartoon bij uit de Mohammedreeks van 2006. Mohammedaanse leerlingen hadden zich duidelijk voorbereid om herrie te schoppen, maakten in de klas een foto en stuurden die direct door. De docente heeft het geweten en daagde vorige week niet meer op. Wat deed de directie? Ze stelde in een mededeling: “Als zij nu naar school zou komen, zou dat mogelijk ook de veiligheid van de school in gevaar brengen”. Punt aan de lijn.

In Rotterdam stapten vijf meisjes naar een lokaal waar volgens hen al jaren een spotprent over die zogenaamde profeet hangt. Fotootje nemen en doorsturen naar hun netwerken en op de korst mogelijke tijd volgden de grove doodsbedreigingen. De leraar verliet niet alleen de school maar zelfs zijn woning en dook onder. Wat waren de reacties aan Nederlandse kant? De meisjes hadden zich vergist want het was een cartoon over een terrorist met een zwaard die een Charly Hebdo-slachtoffer had onthoofd. M.a.w. als het wel een tekening van de uitvinder van die vreselijke ideologie geweest was, was het te begrijpen dat in hun zieltje gekwetste snotapen mensen aanzetten leraars te vermoorden. Dat gebeurde in een school waar leraars en leraressen bedreigd werden omdat ze een kopje thee dronken tijdens de schijnheilige mohammedaanse vasten.

Schuld van sociale media

Toen de feiten bekend werden, trad officieel Nederland zeer streng op. Minister Slob van Onderwijs (ChristenUnie) sprak zijn “afschuw” uit en noemde het onacceptabel en dat was het. De Vereniging voor scholen van het voortgezet onderwijs ging er ook met “de harde hand” in. “Wat hier fout gaat, is het gebruik van sociale media”. In gewoon Nederlands: die lieve meisjes stuurden die foto door naar Facebook, Instagram en Tik Tok en dat zijn de schuldigen; niet de dametjes. De Vereniging had ook een oplossing. “Je moet in ieder geval met ze in gesprek gaan over wat het online verspreiden met zich meebracht”. Zelfde reactie bij de directie in Den Bosch waar “altijd met de leerlingen gepraat wordt en waar nodig ook corrigerend”. Geen sprake van schorsing of een trap onder hun kont en aan de deur. Tenslotte was er nog een reactie van “de gelovigen” zelf. Na de slachtingen in Parijs, Nice en Wenen riep imam Elforkani (PvdA-coryfee) op tot een verbod op het beledigen van die profeet. Op één dag tekenden honderdduizend mohammedanen zijn petitie. Het zijn er inmiddels al enkele honderdduizenden (met Nederlandse nationaliteit) die de Nederlandse wet ondergeschikt achten aan hun kwalijke ideologie.