Ecolo leek aan Franstalige kant lange tijd de zwakke schakel van de verschillende regeringen. Nu wordt duidelijk dat deze rol meer en meer is weggelegd voor de liberalen van de MR.

“Participation opposition”. Of participatie-oppositie. Het is een term uit het politieke taalgebruik dat de voorbije jaren vooral aan Franstalige kant werd gehanteerd en betrekking had op de groenen van Ecolo. Elke keer dat die in regering zaten, leek het alsof ze tegelijk ook oppositie voerden. In de federale regering van 1999 tot 2003. In de Waalse regering tussen 2009 en 2014 ook. Reden was een gebrek aan maturiteit van het politiek personeel. En de verplichting om elke keer terug te schakelen naar een achterban vol groene fundi’s. In de Waalse regering-Di Rupo houdt Ecolo zich momenteel relatief rustig. En federaal valt het al bij al ook mee. Tenminste voor de publieke opinie bezuiden de taalgrens. Een Georges Gilkinet (Mobiliteit) en Zakia Khattabi (Klimaat) jagen weinig Franstaligen in de gordijnen. Van participatie-oppositie is weinig sprake. Voorlopig.

Kaakslag

Dat etiket krijgt de MR nu opgeplakt. Dat werd deze week duidelijk. Er was de virulente kritiek van de Waalse MR-ministers Willy Borsus en Jean-Luc Crucke op de plannen van de Brusselse regering om een stadstol in te voeren. Waals-Brabantse liberalen riepen de bedrijven in Brussel al op om massaal de taalgrens over te steken. Dat de Brusselse regering (zonder MR en met Ecolo) zei te willen praten met de Waalse (met Ecolo én MR) haalde weinig uit. “Geen uitgestoken hand, maar een kaakslag”, is bij de Waalse MR te horen. Benieuwd of dit de goede werking van de Waalse regering niet in gevaar brengt.

Om van de federale regering nog te zwijgen. Daar lijkt het er steeds meer op dat MR een geërgerde en dus moeilijk te controleren partner wordt. De aanval op minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) die zei dat de sluiting van de winkels eigenlijk een soort van symbolische maatregel was, viel niet in goede aarde, om het zacht uit te drukken. De MR-ministers in de regering (Wilmès, Clarinval) hielden zich nog wat op de vlakte. Maar partijvoorzitter Georges-Louis Bouchez fulmineerde tegen de minister. Net zoals ex-minister Denis Ducarme. Ze kregen steun van Eric Domb van dierenpark Pairi Daiza (nochtans eerder bekend om PS-sympathieën) die Vandenbroucke vergeleek met een keizer die naar eigen goeddunken de duim omhoog of omlaag laat gaan. Binnen de federale regering zorgde premier De Croo er snel voor dat de rangen werden gesloten. Het nieuws over de vaccinaties vanaf januari haalde de lont uit het kruitvat. Voorlopig.

Staatshervorming

Het is gewoon wachten op een volgende uitval van de MR. De reden is dat er voor de Franstalige liberalen weinig eer te halen valt in deze regering. In de communicatie zijn Vlaamse excellenties (De Croo, Vandenbroucke, Verlinden) dominant. Minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès is vaak ver weg en draagt de last van een slecht coronabeleid mee. KMO-minister Clarinval is geen zwaargewicht. De PS zelf kan via de bevriende Franstalige media ministers zoals Pierre-Yves Dermagne doen opdraven.

Bouchez vreest dat de gebrekkige zichtbaarheid hem in de peilingen en later in de verkiezingen veel punten zal kosten. Ook inhoudelijk kan de MR niet scoren. Effectentaks, koolstoftaks: de hogere belastingen lijken ze niet te kunnen tegenhouden. Straks moet er gesproken worden over de voorbereiding van een staatshervorming tegen 2024. Voor de Belgicistische MR niet relevant. Een streng justitiebeleid? De bevoegde minister Vincent Van Quickenborne (Open Vld) trekt hier het laken naar zich toe. De voorbije jaren was de MR in de federale regering oververtegenwoordigd. Nu zijn de Franstalige liberalen het vijfde wiel aan de wagen aan het worden.