Een recente internationale studie bevestigt dat de prestaties van onze leerlingen fors dalen. Voor wiskunde is het Vlaams onderwijs teruggevallen naar de 17de plaats en voor wetenschappen zelfs naar de 35ste plek. Voor wetenschappen doen we het net iets beter dan Bahrein.

Moeten we ons zorgen maken? Zeker en vast, zo blijkt uit de resultaten van “Trends in International Mathematics and Science Study” (TIMSS) dat de prestaties van tienjarigen in wiskunde en wetenschappen internationaal vergelijkt. De dalende trend werd voordien ook al bevestigd door PISA (test de kennis van wiskunde, moedertaal en wetenschappen bij vijftienjarigen) en PIRLS (neemt de leesvaardigheid van tienjarigen onder de loep) en door peilingsproeven, zelfevaluatietoetsen voor scholen. De dalende trend is al meer dan 15 jaar aan de gang. Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) noemt de conclusie ontnuchterend. “De scores van onze leerlingen verslechteren zienderogen en internationaal glijden we weg naar de middenmoot.”

Opmerkelijk is dat het TIMSS-onderzoek in 2019 liep, vóór de coronapandemie. Intussen zit het Vlaams onderwijs al maanden in het slop, terwijl de Zuidoost-Aziatische scholen hun wagen weer op de rails hebben. De kloof wordt mogelijk nog groter.

Wat zijn de oorzaken van deze achteruitgang? Onderwijsspecialisten halen een karrenvracht aan redenen aan: de matige opleiding van de leerkrachten, de eindtermen en de structuur van het onderwijs die niet aan de eenentwintigste eeuw is aangepast. Daarnaast zijn er sociaaleconomische argumenten. Kinderen van kansarme ouders presteren zwakker.

Internationalisering

Maar wie de studie grondig leest, komt tot de vaststelling dat Brussel en Vlaanderen fel aan het internationaliseren zijn. In Vlaanderen spreekt slechts 63 procent van de leerlingen thuis Nederlands. 37 procent spreekt dus soms tot helemaal geen Nederlands. Achtergrondkenmerken zoals de thuistaal spelen een grote rol in de onderwijsprestaties van leerlingen. De pretpedagogiek, het absoluut stellen van de gelijke onderwijskansen en de toenemende segregatie doen de rest.

Waarom doet Singapore het dan zo goed? Er is een sterke groeps- en prestatiedruk aanwezig. De Singaporezen hanteren een no-nonsense-aanpak. De nadruk ligt op talentontwikkeling. Leerkrachten worden bijzonder goed ondersteund en spreken allemaal dezelfde pedagogische taal. Singapore zet in op 21ste-eeuwse vaardigheden. De hervormingen verlopen snel, gestroomlijnd en worden geleid door een generaal. Dit laatste zou ons te ver leiden, maar van de rest kunnen we wel leren.

Julien Borremans